De avonturen van de Martinitoren

De avonturen van de Martinitoren

Al van ver buiten de stad kun je hem zien staan, met z’n karakteristieke kroontje: de Martinitoren. D’ Olle Grieze (“Oude Grijze”) is met 96,8 meter de hoogste toren van Groningen; al eeuwenlang kijkt hij uit over de Grote Markt aan zijn voeten en de Groninger Ommelanden aan de horizon. De toren heeft heel wat gebeurtenissen aan zich voorbij zien trekken, maar de verhalen van de toren zelf en de bijbehorende kerk zijn minstens zo kleurrijk.

Op de plaats van de huidige toren stond in de 13de eeuw een exemplaar van ongeveer dertig meter hoog, die bij de Sint-Maartenskerk hoorde. Deze kerk werd tegelijk met de toren gebouwd op de plek waar al sinds ongeveer het jaar 800 verschillende houten kerken hadden gestaan. De kerk was gewijd aan Sint Maarten, ook de schutspatroon van Utrecht, want de Utrechtse bisschoppen heersten in de 13de eeuw over Groningen. Maar de grootste trekpleister van de kerk was sinds 1220 de reliek van de arm van de heilige Johannes de Doper. Pelgrims uit alle windstreken kwamen de wonderbaarlijke arm bekijken, waarvan men geloofde dat hij ziekten kon genezen.

De arm van Johannes de doper

Over hoe de arm van Johannes de Doper in de Sint-Maartenskerk terechtkwam, bestaat een legende. Deze gaat over een koopman die een prostituee een monnik laat afpersen en zo de begeerde relikwie in handen krijgt. Hij komt terecht in Groningen, waar hij een huis laat bouwen en in een van de pijlers de arm verstopt. De arm brengt hem geluk en rijkdom, en als men de koopman op een dag komt vertellen dat zijn huis in brand staat, maakt hij zich geen zorgen. Zijn medeburgers krijgen echter argwaan en de koopman geeft de arm in bewaring aan een kluizenares. Die kan het geheim niet voor zich houden. Het stadsbestuur neemt haar de reliek af, laat een fraaie reliekhouder maken en brengt de arm naar de Sint-Maartenskerk. De koopman sterft berooid. De Duitse monnik Caesarius van Heisterbach reisde in 1220 naar Groningen en zag de arm met eigen ogen. Hij schreef de legende van de koopman op en voegde er nog een aantal wonderlijke verhalen aan toe. Eén ervan gaat over een priester die werd aangesteld om de reliek te bewaken. Het stadsbestuur had een mooie, met juwelen bezette reliekhouder voor de arm van Johannes de Doper gemaakt en toonde deze op een speciaal altaar. Achter het altaar liet ze een stevig huisje van planken bouwen waar de bewakende priester op moest slapen. De eerste nacht schokte het huisje zo krachtig dat de man doodsangsten uitstond; de tweede nacht werd de priester van het huisje geworpen. In een ander wonderverhaal werd de arm, gewikkeld in een doek, naar een zieke stadsbestuurder gebracht. Bij het uitpakken van de arm was de doek doordrenkt met vers bloed. Bisschoppen verleenden aflaten, een soort kwijtschelding van zonden, aan hen die de arm van Johannes kwamen aanbidden. Pelgrims werden onder andere ondergebracht in het Pepergasthuis, dat nog altijd te vinden is in de Peperstraat. De reliek werd voor het stadsbestuur en de rijke burgerij een symbool van hun macht: zij waren de officiële bezitters van de arm en niet de kerk. De stad, maar ook de kerk, profiteerde enorm van de arm van Johannes de Doper.

Donderende klokken

In 1469 startte men met de bouw van een nieuwe toren, nadat eerdere spitsen waren ingestort of afgebrand. Deze toren moest de grote macht van Groningen symboliseren en volgens een hardnekkige mythe was hij maar liefst 127 meter hoog. Betrouwbaardere bronnen houden het bij een hoogte van iets meer dan honderd meter. Nog geen vijfentwintig jaar na de voltooiing stortte de toren in 1577 voor een groot deel in, als gevolg van een brand. De kerkklokken vielen met donderend geraas uit de toren te pletter en het duurde tot 1627 voordat de toren weer werd hersteld. Op een kaart uit 1616 is de geschonden Martinitoren te zien.

Het grote mysterie

Ondertussen woedde de Tachtigjarige Oorlog ook in Groningen. Het stadsbestuur was katholiek, maar de burgers in Stad en Ommelanden gingen over tot het protestantisme. Tot een beeldenstorm kwam het in de Sint-Maartenskerk, de huidige Martinikerk nooit. Toen Groningen zich in 1594 definitief bij de protestantse opstandelingen schaarde, werden de heiligenbeelden heel ordelijk verwijderd en de altaren netjes gesloopt. Voortaan was de Martinikerk een protestantse kerk. De reliek van Johannes de Doper verdween al omstreeks 1588 op mysterieuze wijze. Tot op de dag van vandaag is de arm niet teruggevonden. Alleen de naam Sint Jansstraat herinnert nog aan de destijds zo beroemde arm. In de brugleuningen van de Sint Jansbrug is de beeltenis van de heilige verwerkt: als de brug omhooggaat, wijst Johannes naar de kerk. Verbouwingen en restauraties De Martinikerk heeft in de loop der eeuwen vele ingrijpende veranderingen ondergaan en heeft verschillende keren geleden onder achterstallig onderhoud.

Verbouwingen en restauraties

De Martinikerk heeft in de loop der eeuwen vele ingrijpende veranderingen ondergaan en heeft verschillende keren geleden onder achterstallig onderhoud De muur- en gewelfschilderingen verdwenen na de Reformatie onder een laag pleisterkalk. Het lekkende dak werd vervangen, maar de ondeugdelijke constructie drukte de muren tot wel een halve meter uit het lood. Tot op de dag van vandaag is er, ondanks grondige restauraties, te weinig geld om de kerk goed te onderhouden.

Beschermengel

Ook de toren leed onder natuurgeweld en oorlogen. In 1822 sloeg de bliksem in de spits. Uit dat jaar dateert ook de windvaan in de vorm van het paard van Sint Maarten. Toen de gemeenteraad in 1888 de staat van de toren besprak, werd serieus nagedacht over de sloop van d’Olle Grieze. Er werd toch gerestaureerd, maar niet grondig genoeg. In 1938 noemde de monumentenzorg het “niet denkbeeldig” dat de toren zou instorten, nadat ze grote scheuren had ontdekt. De gehele Tweede Wereldoorlog stond de Martinitoren in de steigers. Bij de bevrijding van Groningen in 1945 werd een groot deel van het stadscentrum verwoest, maar de toren en kerk doorstonden de strijd relatief ongeschonden. Misschien oefent de arm van Johannes de Doper nog altijd zijn beschermende krachten uit...


Deel deze pagina